De grens

Aan hen die 20 jaar

of langer

met de caravan

naar Hardenberg

op vakantie zijn gegaan

en nooit de gedachte

hebben postgevat

om per fiets

het nabijgelegen

Germania te gaan bezoeken,

wat bij normaal doortrappen

maximaal een half uur gaans is,

maar al die tijd de grens

bij Gramsbergen

getrokken hebben…

aan hen is het

dat ik dit wil zeggen.

Dedemsvaart

Fietsen langs de saaie

turfvaart

met stadskanaalachtige

bebouwing

tot Tokyo.

Huizen hebben hier

aparte

afgeplatte daken

en goedbedoelde

kleurencombinaties

op de kozijnen.

De vergane glorie

van de jaren ’50

bedrijvigheid,

winkels kennen geen klanten,

etalagewaar

als zongebleekte botten

in de woestijn.

En de kroegen zijn

omgekat

tot kapsalons of

voorgoed gesloten.

Maar wel

om de kilometer

een werkende kerk.

Oude liefde roest

Lieve Fiets

Ik hield van je

als een hond

Parijs zagen we

wij tweeën

geen boulevard

was ons te dol

en Rome

naar dat uitzicht

op die berg

voor geliefden

De slagvelden

bij Ieper

Het wandkleed

in Bayeux

Alle gaten

langs de dijk

hebben we gehad

Gelachen, met appeltaart

de hongerklop bedwongen

en al die koppen koffie

Jij stond dan zo trots

als een paard

voor te wachten.

Verdwaald waren we

vaak, maar jij bracht

me altijd weer bij

de auto.

Jouw ijzer blijft

tot in de eeuwigheid

maar onze reizen

zijn voorbij.

Het liefst hang ik

je aan de wand.

Als dat niet kan

dan maar begraven

want ik wil niet

dat je wegroest.

Of door een student

wordt afgeragd.

Afbeelding

Gesmolten ogen

Wij deden altijd

Amerikanen tegen

de Duitsers,

nooit Russen,

terwijl in het oog

van de koude oorlog

wij grote jongens werden.

Eén bom op de stad,

wist onze meester,

en iedereen

is er geweest.

Of erger nog,

de ogen smelten,

van de flits.

In Hirosjima kon je

fresco’s bezichtigen,

schaduwen van

verdampte Japanners,

een hele stad

stopgezet

als een klok.

De tram stond

doodstil,

mannen kwamen

nooit aan op kantoor,

de kinderen

niet op school.

Hún meester wist het niet

Lood in mijn maag.

Murk had Russen,

als enige.

In hun luif zaten we,

met soldaatjes,

je kon een ronde trommel,

voor de kogels,

aan hun geweer

zien zitten.

De commandant was

de mooiste want

die had een kijker.

Ik wilde die Rus zo graag

mee naar huis nemen

maar zijn vader zag het

en belette mij.

Lood in mijn maag.

In het veld kon je

ons ’s middags vinden.

Oorlogje. We spraken af

als meester nog voorlas.

De meisjes waren

ver weg,

in de oorlog

kon je ze er niet bij hebben.

Omdat ze lachten

om onze aanvalsplannen

en het gehakketak

van de mitrailleurs.

Een oude man

liep langs mijn schuttersput.

“Als de Russen hier komen

gaat alles kapot.”

Zijn vrouw zei hem

het spel niet te bederven.

Lood in mijn maag.

De vader van Murk

was in Indië geweest.

Er hingen krissen

aan de muur.

Hij lag altijd

op de bank,

het had hem

geen goed gedaan

daar.

Ik had postzegels

van Indonesië,

ongestempeld,

niets waard.

Mijn vader lag

op bed

en hij was nergens

geweest.

Op televisie kwam

de koningin.

Er was oorlog

op het plein.

Een man stak

zijn middelvinger op

naar de camera.

Wij wisten toen nog niet

wat dat was.

Als ik ’s avonds boven lag

kon ik mijn ogen niet sluiten.

Lood in mijn maag

Verpleeghuis

Vader,

vandaag is jouw laatste huisraad

naar de rommelmarkt gegaan.

Op een kar van een zwager

reden we het kabinet,

nu zonder foto’s,

naar een hoek van

een overvolle loods,

als een bekende

die voorgoed vertrekt

en op de luchthaven

in de menigte opgaat.

Straks zal er iemand

jouw stoel

in een auto laden

van waaruit jij

je kleine koninkrijk

leidde.