De Emmaüsganger

Mijn vader stalkt me,

zeker weten,

in de winkelstraat,

drie dagen na zijn dood.

Voortbewogen door het straatrumoer,

uitverkoop, nu of nooit, een euro asteblieft,

stond hij, in een etalage, tussen jaloezieën

Zijn ogen op mij slaand,

als een strenge meester,

een blikvangende politieman,

boos noch wrok.

Sinds die dag daagt hij op en af.

Niet recht voor m’n raap,

wanneer ik lees, teken of een wedstrijd win,

maar in bibliotheken en in wanhoop,

in de schaduw op de straat,

in badkamerspiegels,

met een scheermes,

in de haarlijn op mijn hoofd,

geen teken van goed of kwaad

doodkalm.

(2007)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s